Terug uit Zweden

woensdag 18 februari 2009

Zaterdag 14 februari was het -20° op het meer van Orsa. Dat is zelfs bijna te koud voor een doorgewinterde Marathonschaatser, dus ook voor Edwin en Frans. Deze temperatuur was onbekend voor beiden en de uitdaging is groot. Met dit in het achterhoofd zijn ze van start gegaan en hebben door de kou de 200 kilometer volledig uitgeschaatst met een gedeelde 4e plaats. 28 schaatsers stonden aan de start, en 14 hebben helaas de tocht niet uit kunnen schaatsen. Velen van hen hadden bevriezingsverschijnselen, anderen waren vermoeid.

“Het was een zware, maar fijne tocht. Al was het ijs wat stroef met veel scheuren door de kou.” Vertelt Frans. De kou was het ergste, maar wij bleven gelukkig ongedeerd op kleine bevriezingsverschijnselen in het gezicht na.

Edwin keek wat verbaasd naar de tijd. Die was namelijk bijna gelijk aan die van vorig jaar. Met de hoeveelheid trainingen en verbeteringen die hij bij zichzelf zag, kon hij niet geloven dat hij er net zo lang over had gedaan. De problemen ontstonden bij zijn skibril. De bril besloeg met ademdamp en in minder dan 2 seconden bevroor het geheel zo dat hij niets meer kon zien. “Ik snap niet waarom ik altijd zulke dingen onderweg moet hebben, het was al zwaar genoeg”.

De organisatoren van de Orsa 200k hadden dit keer een vernieuwd wagenpark waarme een dikke pak sneeuw (1 meter dik) van het ijs geschoven kon worden. Het ijs was rond de 50 cm dik, dus een wak rijden was er niet bij.